Historische landschapselementen in het bos

top

Historische bostypen

Markante bomen
Lanen en bomenrijen
Open plekken
(Bos)poelen
Boswallen
Greppels
Heuvels
Historische wegen en paden
Kuilen
Stenen en palen
Bouwwerken

_________________________________________________________________________________________

 

Historische bostypen

Het bos had vroeger een andere functie dan tegenwoordig. Er waren nog geen andere brandstoffen beschikbaar en de transport- en bewerkingsmogelijkheden waren beperkt. Als gevolg daarvan bestond het bos vroeger grotendeels uit hakhout: 'bomen' met meerdere, jonge, dunne stammen.
Het hakhoutbos kwam het meest voor; de boomstammen werden om de 10 tot 30 jaar gekapt waarna de stobbe weer uitliep. Zo kon voortdurend brandhout en ander gebruikshout worden gewonnen. Ook werd de bast van jonge eikenstammetjes gebruikt in de leerlooierij. Vanaf de middeleeuwen tot in de 19de eeuw was hakhout het meest voorkomende bostype. In Noord-Brabant, de Achterhoek en Veluwe is het nog te vinden.
Soms liet men een aantal bomen langer staan om ze later als bouwmateriaal te kunnen gebruiken. In de 19de eeuw gebeurde dat op grote schaal in de Duitse bossen (o.a. Reichswald), in Nederland kwam dit zgn. middenbos nauwelijks voor. In Frankrijk staat tegenwoordig nog veel middenbos.

 

Hakhoutbos, allang niet meer afgezet

Stinzenbos

Stinzenbos is genoemd naar de zgn. stinzenplanten die in het vroege voorjaar bloeien, bijv. sneeuwklokjes, hyacinten en wilde tulpen. Dit bostype staat meestal in de buurt van kasteeltuinen, buitenplaatsen en oude kerkhoven. Verwilderde stinzenplanten zijn vaak uit dergelijke tuinen afkomstig, maar de precieze herkomst is vaak moeilijk te bepalen.
Een mooi voorbeeld van stinzenbos bevindt zich bij kasteel Boetzelaer te Appeldorn (Kreis Kleve).

 

Tapijt van Daslook in de buurt van Schloss Gnadenthal, Kleef

Natuurbos

Natuurbossen zijn reservaten die in de jaren '70 van de vorige eeuw zijn ingesteld, onder invloed van de opkomende beweging voor natuurbescherming en ecologisch bosbeheer. Het doel van deze reservaten is de natuur te beschermen en de natuurlijke processen in het bos te bestuderen. Natuurbos is dus een relatief jong verschijnsel, maar het bostype lijkt sterk op dat van het bos dat hier rond het begin van de jaartelling van nature aanwezig moet zijn geweest.
Natuurbos vindt u in het Reichswald (Geldenberg), bij Dinslaken (Krummbeck) en in Nationaal Park Veluwezoom (Weversbergen).

 

Natuurlijk bos in de Wevers bergen in het Nationaal Park Veluwezoom

>top

_________________________________________________________________________________________


Markante bomen

Niet alleen in het open landschap, maar ook in het bos kunt u markante bomen tegenkomen. Ze wijken in grootte en vorm duidelijk af van de omringende bomen. Bomen hebben altijd een belangrijke rol vervuld in de samenleving. Sommige bomen hebben door hun speciale betekenis of geschiedenis een bijzonder verhaal te vertellen. Helaas is dit verhaal niet altijd meer te achterhalen. Markante bomen dienden o.a. als markering van grenzen, wegen en kruisingen of als aanduiding van plaatsen waar recht gesproken werd of waar men in het dorp bijeenkwam. Ook waren er bomen met een religieuze of geneeskrachtige betekenis. Gedenkbomen worden nog steeds geplant, ter herinnering aan een persoon of gebeurtenis. De oplettende wandelaar vindt ze op veel plaatsen in het bos, vaak op kruisingen.

 

Doolbeuk bij Veldhuizen

>top

_________________________________________________________________________________________


Lanen en bomenrijen

In de loop van de eeuwen raakten de bossen doorsneden met wegen, doorgangswegen en wegen om hout, vee en andere zaken uit het bos naar de omringende dorpen te brengen. In heuvelachtig gebied zoals het Ketelwald en de rand van de Veluwe, ontstonden als gevolg van erosie zgn. holle wegen.
Vanaf de 18de eeuw was er sprake van systematische aanleg van bospaden, om de houtoogst beter te kunnen organiseren of om de omgeving van een buitenplaats of landgoed te verfraaien. Een voorbeeld daarvan zijn de lanen met aan beide zijden gelijkmatige beplanting. Behalve ter verfraaiing hadden deze bomenlanen ook een functie ter bescherming van de wegen en de reizigers en ook van de houtproductie. In de bossen bij Groesbeek en in Nationaal Park Veluwezoom zijn nog veel historische lanen aanwezig. Ook in het Dämmerwald en Reichswald zijn er enkele bewaard gebleven.
Vaak behoren deze laanbomen tot de dikste en oudste bomen van het bos; ze hebben daardoor een bijzondere natuurwaarde.
Een opvallende padenstructuur vinden we in het zgn. sterrenbos dat vaak op landgoederen werd aangelegd. Vanuit een centraal punt liepen 5 tot 8 paden straalsgewijs weg; van boven af gezien vormde het geheel een ster. In onze regio vindt u sterrenbos op de landgoederen van de Zuid-Veluwe en in de buurt van Kleven. Bij Groesbeek is in 2010 een nauwelijks meer herkenbaar sterrenbos hersteld.

 

Nationaal Park Veluwezoom Veluwezoom

>top

_________________________________________________________________________________________


Open plekken

Eeuwenlang lieten de mensen vee in het bos grazen. Door overbeweiding raakte het bos uitgedund; jonge zaailingen konden niet meer tot wasdom komen. Er ontstond een parkachtig landschap met een grote verscheidenheid aan planten en dieren. Zo'n beweid bos noemt men een hoedebos. Halverwege de 19de eeuw werden bosbouw en landbouw gescheiden bedrijfstakken; er is dus nauwelijks meer hoedebos bewaard gebleven.
Op voedselarme zandgronden was alleen heide bestand tegen beweiding. Tot de invoering van kunstmest maakte de heide deel uit van het landbouwsysteem; het grootste deel van de Maasduinen, Veluwe en andere stuwwalgebieden bestond uit heidevegetatie. Heide is het leefgebied van allerlei beschermde diersoorten zoals gladde slang, boomleeuwerik, nachtzwaluw en diverse vlinders en kevers.
De Veluwe behoort tot de grootste heidegebieden van Europa. Ook elders in het Nederlandse deel van de Euregio zijn nog grote heidevelden, o.a. in de Maasduinen.

 

Watermolen op het laar bij Plasmolen

>top

_________________________________________________________________________________________


(Bos)poelen

Bospoelen zijn stilstaande wateren die meestal in een ondoorlatende leembodem liggen en door grond- of regenwater worden gevoed. Natuurlijke bospoelen komen maar heel weinig voor in het Euregiogebied, de meeste zijn door invloed van de mens ontstaan. De nog resterende poelen zijn overwegend op droge zandgronden te vinden waar grondwater door de bijzondere geologische omstandigheden aan de oppervlakte komt. Deze poelen zijn vaak lange tijd in gebruik geweest voor drink- of bluswater of als visvijver.
Bospoelen vindt u in het Reichswald en op de St. Jansberg, en ook enkele op de Veluwe o.a. bij het Jachtslot St. Hubertus in Nationaal Park De Hoge Veluwe.

 

‘Het groene Water’ bij Plasmolen

>top

_________________________________________________________________________________________


Boswallen

Wallen hadden vroeger dezelfde functie als prikkeldraad nu. Ze dienden als begrenzing en bescherming, voor het binnenhouden van het eigen vee en het voorkomen van vraat door wild of andermans vee en ook voor het beschermen van het gebied tegen vreemd volk of wassend water. Bovenop de aarden wallen waren dichte struiken of bomen aangeplant. Landweren zijn verdedigingswallen ter bescherming van een gebied tegen ongewenste bezoekers. Grenswallen geven eigendomsgrenzen of de begrenzing van een gebied aan. Als op deze wallen een markante beplanting is aangebracht, leveren ze vaak een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit in een bos.
Aan de zuidrand van de Veluwe en in het Nederlandse deel van het Ketelwald (Nijmegen/Groesbeek) zijn nog veel boswallen te vinden. Het zijn bosgebieden waar vroeger een kleinschalige verdeling van eigendom en gebruik heeft plaatsgevonden. Landweren vindt u o.a. in het Dämmerwald.

 

Aarden wal in het Reichswald bij Kranenburg

>top

_________________________________________________________________________________________


Greppels

Greppels in bos en heide kunnen allerlei functies hebben gehad. Men groef greppels om een gebied te ontwateren, drinkwater te winnnen, grenzen te markeren of om schadelijke insecten bijv. rupsen een halt toe te roepen.
Op natte gronden werd een dicht systeem van greppels en hogere ruggen aangelegd; op de drogere, hoge ruggen was dan toch bosbouw mogelijk. Dergelijk rabattenbos is nog sporadisch aanwezig in het Reichswald en op de Veluwe.
In de Tweede Wereldoorlog zijn loopgraven aangelegd, die nu nog te herkennen zijn aan het  zigzagvormige verloop. Vooral in het Reichswald zijn er nog vele terug te vinden.

 

>top

_________________________________________________________________________________________


Heuvels

In ons relatief vlakke land zijn heuvels meestal door mensenhand gemaakt. De reden is simpel: bouwwerken bovenop een heuvel waren beter beschermd tegen vijanden of water.
Een motte is een door de mens aangelegde aarden heuvel waarop in de middeleeuwen een meestal houten burcht was gebouwd, het zgn. mottenkasteel. Bij Beek-Ubbergen is een motte waarvandaan men vroeger de hele Rijnvlakte ten oosten van Nijmegen beheerste. De motte van Montferland is de grootste in de regio.
Elders werden heuvels als uitkijkpunt aangelegd. In het Reichswald zijn er enkele die vroeger door zichtlijnen met elkaar in verbinding stonden.
Ook waren er vroeger veel galgenbergen waar terechtgestelde misdadigers ter afschrikking tentoon werden gesteld.

 

Motte op de Duivelsberg bij Beek

>top

_________________________________________________________________________________________


Historische wegen en paden

Hoewel een groot deel van het transport in onze streken over water ging, zijn er toch nog resten van historische wegen te vinden. Meestal vormden ze de verbinding over land tussen verschillende handelssteden. Toen de grootschalige bosbouw in de 19de eeuw zijn intrede deed, werden er nieuwe verbindingsroutes aangelegd die sneller en veiliger waren.
Ook werden er toen veel kleine wegen tussen dorpen en weidegebieden aangelegd, zodat men zijn schapen gemakkelijker naar de heide kon drijven. Dit waren zgn. schaapsdriften. Oude straatnamen herinneren daar soms nog aan.
Holle wegen ontstonden aan de randen van de stuwwal als gevolg van menselijk gebruik en erosie. De onverharde paden kwamen steeds dieper te liggen ten opzichte van de omgeving, omdat de door wagenwielen omgewoelde bodem bij regenval wegspoelde.
Vooral in het Reichswald is het vierkante Pruisische padenpatroon van eind 19de eeuw nog goed te zien. De paden verdelen het bos systematisch in vakken en vergemakkelijken de afvoer van het hout.

 

Holle weg in het Reichswald bij Frasselt

>top

_________________________________________________________________________________________


Kuilen

Al vele eeuwen weet de mens de aanwezige bodemschatten te benutten: mineralen, erts, grind, zand en leem. In oude leemkuilen vinden we vaak bijzondere plantensoorten die zich op de kale, vochtige leemgrond hebben kunnen vestigen.
IJzer werd tot aan het eind van de middeleeuwen bovengronds uit hier aanwezige erts (ijzerknollen) gewonnen. Dat gebeurde op grote schaal, met eenvoudige middelen.
In de omgeving van Groesbeek zijn enkele leemkuilen bewaard gebleven. In het Bergherbos vindt u nog vele ijzerkuilen. Daar is tot in de 14de eeuw ijzer gewonnen uit de stuwwal.
In meilerkuilen werd houtskool gemaakt. Houtskool was nodig voor de winning van ijzer uit erts. Door hout in metershoge stapels, afgedekt met aarde en plaggen, te verbranden en te verkolen, ontstond houtskool. Oude meilerkuilen vinden we ook vaak in de buurt van oude nederzettingen nabij water.

 

IJzerkuil in het Bergherbos

>top

_________________________________________________________________________________________


Stenen en palen

Markante stenen of palen werden meestal als markering gebruikt. Bijvoorbeeld de grenssteen: een opvallende, gebeitelde steen die de begrenzing van een gebied aangeeft. Langs de Nederlands-Duitse grens staan er nog vele: ze geven de grens aan zoals die bepaald was in het Congres van Wenen in 1815.

 

>top

_________________________________________________________________________________________

Bouwwerken

In en bij bossen vinden we verschillende soorten bouwwerken die met het bos te maken hebben.
Vanaf brandtorens kon men het bos afspeuren op evt. branden tijdens droge perioden.
Uitzichttorens bieden een bijzondere beleving van het landschap. Vanaf een toren op de Kleverberg kan men het Reichswald en de Rijnvlakte overzien. Eveneens in het Reichswald staat bij de Geldenberg een brandtoren die in de tientallen jaren na de Tweede Wereldoorlog intensief is gebruikt. Ook elders o.a. op de Veluwe zijn nog brandtorens te vinden.
In ondergrondse ijskelders kon men vroeger levensmiddelen in de zomer koel houden; tegenwoordig zijn ze vaak een verblijfs- en zelfs overwinteringsplaats van vleermuizen. Een voorbeeld hiervan is de ijskelder op de St. Jansberg.
De watermolens die vroeger langs de beken en sprengen op de Veluwe en ook elders onderaan de stuwwallen in bedrijf waren, zijn bijna allemaal verdwenen. In Plasmolen bij de St. Jansberg staat er nog een.
Aan het eind van de 19de en begin 20ste eeuw zijn er talrijke lokale spoorlijnen aangelegd. De meeste zijn niet of nauwelijks meer terug te vinden. Wel bewaard gebleven zijn de spoorbrug bij Griethausen en een spoordijk ten oosten van Gennep (beide buiten het bos gelegen). Bijna verdwenen is het smalspoor in het Reichswald, bedoeld voor houttransport.

 

Prentbriefkaart van een voormalige uitkijktoren bij Plasmolen

>top

_________________________________________________________________________________________

 

 

Click a feature on the map to see the details