Middeleeuwen

Na het vertrek van de Romeinen konden de bossen zich herstellen en zelfs weer uitbreiden. Als gevolg van klimaatschommelingen, de groei van de bevolking en de gebruikte landbouwmethode (het zgn. driewegstelstel) nam de oppervlakte bos in de loop van de tijd weer sterk af. Alles kon de mens gebruiken: hout, boomvruchten, hars, schors, strooisel etc. Vooral het hoeden van vee had grote invloed op hoe het bos eruitzag. 

 

Strooiselverzameling in het Reichswald bij Kleef

Olieverfschilderij van W. Bodemann, 1835 (Kleef, Städtisches Museum Haus Koekkoek)

 

Er is weinig bos uit de middeleeuwen bewaard gebleven. Als de veelal adellijke bezitter, een graaf of hertog, zijn bos wilde gebruiken voor de jacht (bijv. in het Reichswald bij Kleve), bleef het bos vaak gespaard. Het overgrote deel van de huidige bossen is van veel jongere datum.

 

Zowel de oude als de jongere bossen bevatten nog tal van sporen die verwijzen naar menselijke activiteit in de middeleeuwen: oude wegverbindingen, holle wegen, verdedigingswerken, leemkuilen en houtskoolmeilers.

 

Vooral in de hoge middeleeuwen (1000-1250 na Chr.) was er op veel plaatsen sprake van roofbouw. Het bos verdween, de bodem spoelde weg, heide en stuifzand kwamen ervoor in de plaats (Veluwe, Maasduinen, Wissel).

 

Holle weg in het Reichswald bij Donsbrüggen

 

 

Click a feature on the map to see the details